Gevraagd: een stevige standaard voor monitoring

Expert: Rens Verbruggen

De meeste bouwbedrijven hebben geen ICT-tak. Toch vraagt de markt inmiddels naar complete NOM-concepten, inclusief monitoring van het energieverbruik. Tegelijkertijd is er een brede behoefte aan standaardisering van het NOM monitoring-proces. Vooral woningcorporaties voelen die noodzaak, want met elk nieuw NOM-concept dat nu wordt ingekocht zit een corporatie ook meteen vast aan een nieuw, afwijkend monitoring-platform. Dat zorgt niet alleen voor onnodige administratieve rompslomp, maar ook voor een ongewenste lock-in. Er is momenteel nog geen uniforme manier om NOM-monitoring data uit te wisselen (in technische termen: er is geen API). De ontwikkeltafel monitoring van Stroomversnelling werkt er hard aan om dit probleem op te lossen.

“Monitoring van het energieverbruik is onlosmakelijk verbonden met het nul-op-de-meter concept en met het innen van de energieprestatievergoeding (EPV). Maar er zijn nog niet genoeg hoogwaardige proposities op de markt om de ontstane vraag goed te kunnen bedienen. Met deze ontwikkeltafel willen we robuuste standaarden én nieuwe producten ontwikkelen, om zo de markt aan te jagen”, zegt Rens Verbruggen (Projectleider Componentontwikkeling Stroomversnelling).

The internet of things

Monitoring is een vrij breed onderwerp. Het gaat over sensoren in je huis en over data opslaan in de cloud. Maar het gaat – uiteraard – ook over het borgen van de privacy van bewoners, en over de toegevoegde waarde van wonen in een ‘smart home’. Een veelgehoorde term in dit verband is het Internet of Things (IoT). Een netwerk van slimme apparaten die met elkaar communiceren en ons waarschuwen als er ergens een storing is, of als er een kachel staat te loeien in een ruimte waar de ramen open staan. Dat klinkt als volautomatische energie-coaching! Leuk, en het is in principe technisch mogelijk, maar het kost een paar centen. Hoog tijd voor een reality-check.

Ontzorgen

“We hebben op dit moment drie projecten in monitoring, en over een maand komt daar het vierde bij. Het eerste project loopt inmiddels ruim een jaar”, zegt Maikel Walraven, commercieel manager bij OnderhoudPlus, een onderdeel van Janssen de Jong Bouw. Hij ziet nog wel wat ruimte voor verbetering. “Waar je tegenaan loopt in de monitoring-branche is dat je niet echt ontzorgd wordt. Als er een keer een storing is komen we er vaak te laat achter en moeten we bovendien zelf op onderzoek uit. Daar kan in het slechtste geval een maand overheen gaan. Uiteindelijk wil ik de kosten omlaag krijgen door beter te automatiseren en gerichter onderhoud uit te voeren, waardoor je de prestaties zorgvuldig borgt. Verder doen we ook veel aan de bewustwording van bewoners, door ze structureel te betrekken in de veranderingen die ze gaan doormaken. We zien dat goed inzicht in onze belofte – door duidelijke monitoring – daar zeker aan bijdraagt.”

Waardevolle informatie

Wichert de Lange van woningcorporatie Portaal legt een ander accent als het gaat om de verbeterpunten. “Wij willen drie dingen bereiken met monitoring: ten eerste moet de bewoner een duidelijk inzicht hebben in het energieverbruik. Ten tweede willen we zelf een beter inzicht in de prestaties van woningen; om te bewaken en om te leren. En ten derde hebben we te maken met het verplichte EPV-jaaroverzicht: het toekomstbeeld daarbij is volledige automatisering.” En heeft Portaal inmiddels nieuwe inzichten opgedaan dankzij de monitoring van NOM-woningen? “Vooral dat we hier veel eerder mee hadden moeten beginnen. We waren niet gewend om prestaties te meten, maar juist deze informatie is enorm waardevol.”

Consistente data

Wouter Borsboom (TNO) is betrokken bij de monitoring van energiezuinige woningen sinds de eerste Energiesprong-projecten het licht zagen. Hij is inmiddels een gelouterde expert: “Het is een uitdaging om consistente data te krijgen van voldoende kwaliteit, en de conclusies die je trekt echt te kunnen verantwoorden. Mede daarom willen we tot een breed gedragen monitoring-keurmerk komen als aanvulling op het NOM Keur.” Borsboom is optimistisch over de resultaten van deze ontwikkeltafel. “Het spanningsveld zit vooral in het afzetten van de mate van inzicht tegen een concurrerende propositie. Minimaal zullen de gemeten energieprestaties betrouwbaar moeten zijn. Daarnaast is het wenselijk dat ook de kwaliteit van de binnenlucht en het bewonersgedrag goed in beeld worden gebracht.”

Poldermodel

“Deze ontwikkeltafel is het ultieme poldermodel”, meent Bart Lelij van leverancier SWYCS. “Ik vind het vrij uniek dat we als concurrenten en deelnemers in de keten open aan elkaar vertellen wat we kunnen. En ook de interactie met de bouwers en woningcorporaties is bijzonder. Zij geven aan welke functionaliteit ze minimaal willen en wat de eventuele extra features zijn, en daarmee gaan wij aan de slag. Uiteraard krijg je soms situaties waarin iemand een Mercedes wil voor het bedrag van een Dacia, maar toch denk ik dat we zo gezamenlijk hoogwaardige producten kunnen ontwikkelen.”

Jasmin Hodzic van aanbieder fifthplay is ook enthousiast over het proces: “Iedereen ziet het belang van standaardisatie. Kijkend naar de competenties en de schaalgrootte van de partijen die meedoen ben ik ervan overtuigd dat we een standaard voor NOM-monitoring gaan neerzetten die door de markt omarmd zal worden.” Hodzic spreekt uit ervaring: “In 2011 monitorde fifthplay al energiezuinige woningen, samen met woningcorporatie RWS Goes. We hebben ook veel ervaring opgedaan in de b2b markt. In bedrijfsverzamelgebouwen registreren wij met gecertificeerde meters het daadwerkelijk energieverbruik; vergelijkbaar met EPV-metingen.”

Meer realisme

“Sinds eind 2016 monitoren we in samenwerking met Renolution 32 woningen in Vlijmen, en half april zijn we begonnen met de monitoring van de woningen en portieken van Ellen in Assen; de eerste nul-op-de-meter-VvE-flat,” zegt Loes de Waart van leverancier IUNGO. Zij vindt het vooral positief dat de deelnemers aan de ontwikkeltafel meer begrip krijgen voor elkaars perspectief. “We hebben de meeste producten in feite al op de plank liggen, maar we kunnen ze zo beter laten aansluiten op de wensen van de markt. Voor ons gaat dit proces niet zozeer over technische innovatie. Ik vind het belangrijker dat we goed nadenken over minimumeisen bij certificering, en wat de markt hiervoor aan budget beschikbaar heeft. Het zorgt voor meer realisme bij alle partijen.”

Stevige standaarden

Ook Jim Wiese van aanbieder Lens wil komen tot stevige standaarden. “Iedereen praat nu over het ‘Internet of Things’ maar ik noem het zelf liever het ‘Internet of Different Protocols’. De meeste apparaten kunnen nog niet echt met elkaar praten, daarin hebben we nog een lange weg te gaan. We zien bijvoorbeeld dat fabrikanten van bepaalde huishoudelijke apparaten, zoals wasmachines, net als Apple een eigen gesloten ecosysteem binnen een woning proberen te creëren. Maar binnen het NOM concept moet de monitoringsoplossing juist een veelheid van verschillende apparaten kunnen uitlezen. Gesloten technologische omgevingen die door één fabrikant worden beheerd laten dat niet of nauwelijks toe.” Het liefst wil Wiese nu al met zoveel mogelijk fabrikanten van installaties en apparaten rechtstreeks afspraken maken over verdere standaardisering. In Nederland én op Europees niveau.

In oktober op de markt

Projectleider Rens Verbruggen vat samen wat de belangrijkste resultaten zijn die we mogen verwachten van de ontwikkeltafel monitoring. “Er komt een uitgebreid document dat functioneel specificeert wat een NOM-monitoring oplossing allemaal moet kunnen. Daarnaast werken we aan een keurmerk waarmee je als aanbieder kunt aantonen dat je die functionaliteit ook daadwerkelijk levert. Verder gaan we een API definiëren.” (API staat voor Application Programming Interface, een verzameling technische afspraken op basis waarvan apparaten daadwerkelijk gegevens uitwisselen.) “Met de komst van de API ontstaat ruimte op de markt voor nieuwe producten . En die nieuw te ontwikkelen producten vormen het sluitstuk van dit ontwikkelproces. We willen de eerste demo van de API in juni draaiend hebben. De overige resultaten en producten willen we rond oktober beschikbaar en in de markt hebben. Er worden ook een aantal begeleidende handreikingen geschreven voor toeleveranciers, bouwers en corporaties. Onder andere een self-assessment handreiking op het gebied van security en privacy, en er komen hulpmiddelen voor communicatie met bewoners.”

Voor vragen over de ontwikkeltafel monitoring kunt u contact opnemen met Rens Verbruggen rverbruggen@energielinq.nl 06 19576634