BENG: eerder drempel dan motor voor energietransitie

Expert: Ivo Opstelten

BENG eerder drempel dan motor voor de energietransitie

De BENG-norm (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) moet vanaf 1 juli 2020 de EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt) voor alle gebouwen vervangen. Stroomversnelling is teleurgesteld over de nieuwe norm. “De BENG lijdt aan sterk afgezwakte ambities en het gebruik van gemankeerde indicators van prestaties”, constateert directeur Ivo Opstelten.

Opstelten vreest dat de BENG de energietransitie niet zal versnellen, integendeel zelfs. Hij ziet de norm eerder als een obstakel. “Met BENG in de hand mogen straks woningen worden gebouwd die qua energieprestatie slechter zijn dan de huidige eisen van het Bouwbesluit. De BENG-eisen zijn qua ambitieniveau een stap terug in de tijd.

“De BENG lijdt aan sterk afgezwakte ambities en het gebruik van gemankeerde indicators van prestaties” – Ivo Opstelten.

Des te schrijnender, daar In 2008 met de Lenteakkoord partijen (Aedes, Bouwend Nederland, NEPROM, NVB en het rijk) was afgesproken dat vanaf 2020 Energieneutrale nieuwbouw de norm zou worden. Bovendien ontbreekt nog altijd een integrale prestatiebenadering van gebouwprestaties op het gebied van energie, gezondheid, comfort en materiaalgebruik. We hadden liever een integrale aanpak gezien zoals bij de kwaliteitskaders voor het NOM Keur. Daarin zijn alle functionele prestaties vertaald naar in de praktijk meetbare prestaties. Ook voorziet het Keur in de toetsing van zowel ontwerp en opleveringskwaliteit als toetsing van prestaties tijdens gebruik. De werking in de praktijk moet immers leidend zijn.”

BENG, EPV en NOM Keur, wat zijn de verschillen?

BENG staat voor Bijna Energieneutraal Gebouw. Wat is het verschil met andere kwaliteitskaders voor het verduurzamen van woningen, zoals NOM Keur en EPV? In dit artikel hebben we alle verschillen overzichtelijk op een rij gezet.

BENG 1 niet meetbaar

Opstelten licht toe: “Bij NOM moet een aanbieder na oplevering garant staan voor de prestaties, net als bij consumentenproducten. BENG gaat echter uit van een concept zonder dat de prestaties in de gebruiksfase hoeven te worden aangetoond. Sterker nog: een indicator als BENG 1 is in de praktijk niet meetbaar. Maar het kan toch niet zo zijn dat een aanbieder na de oplevering van zijn verantwoordelijkheid wordt ontslagen en de risico’s bij de gebruiker komen te liggen? In de automotive industrie zijn ruim een miljoen auto’s teruggehaald omdat ze in de praktijk niet aan de CO2-normen voldeden. Voor de gebouwde omgeving geldt zoiets niet. Terwijl het in feite hetzelfde milieudelict is als gebouwen niet de gestelde milieuprestaties in de praktijk (kunnen) halen.”   

Versoepeling

BENG valt in drie delen uiteen:

  1. De energiebehoefte voor verwarming en koeling van een gebouw in kWh per m2 gebruiksoppervlak (BVO);
  2. Het fossiele energiegebruik in kWh per m2 BVO;
  3. Het aandeel duurzame energie (in procenten).

In de eerste versie ging het Rijk voor de eerste twee onderdelen uit van 25 kWh per m2 gebruiksoppervlak (voor grondgebonden woningen), waarbij de BENG 1 toen nog alleen over de (meetbare) warmtebehoefte ging. Opstelten: “Koplopers in de bouw kunnen zulke getallen – op basis van NTA 8800 in plaats van de oude NEN 7120 voor de EPC berekening – nu allang behalen. Maar een groot deel van de bouwsector maakte zich zorgen: dat zou tot hogere kosten en sterk krimpende marges leiden. Van de weeromstuit draaide de Rijksoverheid de eerste eis van 25 naar 70 kWh per m2 terug. Na kritiek vanuit de marktpartijen is deze nu vastgesteld op 55 kWh per m2.”

Slechter dan de huidige situatie

Stroomversnelling is teleurgesteld over die slappe normstelling. “Gecorrigeerd op basis van de nieuwe NTA-norm betekent dat nu slechts een eis van 55 kWh per m2 voor warmte en koeling. Dat is in feite namelijk zelfs slechter dan de huidige situatie van een EPC van 0,4 terwijl BENG, zoals de naam al zegt, voor bijna energieneutrale gebouwen moet staan. Tegelijkertijd met de wijziging van 70 naar 55 werd ook een wijziging doorgevoerd over de invloed van de verhouding tussen verliesoppervlak en gebruiksoppervlak. Deze laatste aanpassing leidt bij vrijstaande woningen zelfs tot een hogere energievraag dan 70 kWh per m2; dat kan toch niet de bedoeling zijn!”